Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Van groeifetisjisme naar groei-agnosticisme

Nooit heeft klimaatverandering de gemoederen zozeer beziggehouden als de afgelopen vijf jaar. Hele volksstammen van jong tot oud en van links tot rechts lijken er van doordrongen dat radicale milieubeschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn, getuige de protesten van zogenaamde ‘klimaatspijbelaars’, ontwikkelingen als het Klimaatakkoord van Parijs (2015), de Urgendazaak (2015), de Klimaatwet (2018), en het recente rapport van de VN over de miljoen plant- en diersoorten die de komende decennia dreigen uit te sterven (Venhuizen & Luttikhuis 2019).

Ondanks de radicaalrechtse weerstand is het draagvlak voor een ambitieus klimaatbeleid groter dan ooit en is ecologie van zijn suffe imago af. ‘Tot een aantal jaren geleden stond ecologie gelijk aan geitenwollen sokken en zelfgebakken zuurdesembrood,’ grappen ecofilosofen Anneleen Kenis en Matthias Lievens. Nu is dat wel anders: zelfs banken, multinationals, marketingbedrijven en commerciële media proberen zich een groen  imago aan te meten (Kenis en Lievens 2016: 62; 60).

De vergelijking met de jaren zeventig ligt voor de hand, het decennium waarin de Club van Rome het rapport The Limits to Growth (1972) publiceerde en ecologen spraken over de ‘economie van het genoeg’ (Goudzwaard 1978) en de ‘steady-state-economie’ (Daly 1977). Vanwege de beperkte electorale slagkracht van partijen als de ecosocialistische PPR bleef een radicale omwenteling toen uit, en door de neoliberale en neoconservatieve omwenteling in het decennium erna verdween de klimaatkwestie weer naar de achtergrond. Inmiddels boeken partijen als GroenLinks en Die Grünen wél winst, maar blijft wat hun ecologische geestverwanten vier decennia eerder als hoofdoorzaak van klimaatverandering aanwezen – het groeifetisjisme – grotendeels buiten schot in de internationale politiek.2 Sinds de klimaatdiscussie door de financiële crisis van 2007-2008 weer tractie kreeg, hebben veel economen, filosofen en psychologen zich uitgesproken tegen het groeidenken3 en gepleit voor een moralisering van de economische wetenschap (vgl. o.a. Sandel 2013; Skidelsky & Skidelsky 2013; Wilkinson & Pickett 2010; 2018). Dat nu ook de VN kritiek uit op ‘het beperkte paradigma van economische groei’ mag gerust een aardverschuiving worden genoemd (geciteerd in Venhuizen & Luttikhuis 2019). Een definitief afscheid van dat paradigma lijken politici en beleidsmakers zo lang mogelijk uit te willen stellen, getuige creatieve vondsten als ‘sustained growth’ (Angela Merkel), ‘balanced growth’ (David Cameron), ‘long-term, lasting growth’ (Barack Obama), ‘smart, sustainable, inclusive, resilient growth’ (José Manuel Barroso) en ‘inclusive green growth’ (de Wereldbank) (geciteerd in Raworth 2017: 41). ‘Groen’ en ‘duurzaam’ zijn prima, zolang de economie maar kan blijven groeien!

Lees het artikel verder via deze website. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:
Om spam tegen te gaan dient u het onderstaande hokje aan te vinken en moet u mogelijk een vraag beantwoorden.

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.