Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Redactioneel Waardenwerk nummer 82/83

Dit dubbeldikke winternummer van Waardenwerk omvat zeventien boeiende artikelen en vier boekrecensies, voor een groot deel gerangschikt onder vier centrale thema’s. Als achtergronddoek voor de verschillende bijdragen, begin ik met een verkennende bespiegeling naar aanleiding van de film (en het bijbehorende boek) van David Attenborough, A Life on our Planet. Lezers die vooral geïnteresseerd zijn in de opbouw en inhoud van dit nummer, kunnen deze verkenning gevoeglijk overslaan en enkele pagina’s verder scrollen naar het kopje ‘dit nummer’.
Redactioneel Waardenwerk nummer 82/83

Ik zag de indrukwekkende film van Attenborough begin oktober. Alle verontrustende feiten die hij presenteert waren mij bekend, maar ik had moeite om hem in één keer uit te zien en heb hem in porties tot me genomen. De film schetst de voortgang van het ecologische destructieproces van de afgelopen eeuw aan de hand van het levensverhaal van Attenborough en zit vol met beelden uit de vele natuurfilms waaraan hij in zijn leven een centrale bijdrage heeft geleverd. Met name door die beelden kwam de centrale boodschap weer met grote kracht bij mij binnen, in het bijzonder het fragment waarin een eenzame Orang-oetang midden op een volledig kaal-gekapte vlakte in Borneo naar een hoge tak in de enige resterende boom klimt en dan om zich heen kijkt naar de lege vlakte die zich om hem heen uitstrekt. Dat beeld riep een zwart visioen bij me op van de laatste resterende mensen die, net als de Orang-oetang, een kapot gebouw beklimmen en ontredderd om zich heen kijken naar troosteloze vlaktes die hun leven niet langer kunnen dragen. Als het aan David Attenborough ligt, gaat dat echter niet gebeuren. Zijn film en zijn boek vormen ook een krachtig appel van een wijs en vitaal mens om de desastreuze ontwikkelingen die zich in zijn lange leven voor zijn ogen voltrokken hebben, radicaal om te buigen.

Een dringend appel om het onvoorstelbare dat steeds meer voorstelbaar wordt, niet te laten gebeuren; om onze levenswijze ingrijpend te veranderen zolang dat nog kan, door de groei van de menselijke soort tot staan te brengen, alle fossiele bronnen van energie uit te bannen en volledig in te zetten op herstel van biodiversiteit. Ik denk dat dat van groot belang is, maar vraag me ook af Attenborough zich voldoende realiseert hoe diepgaand de veranderingen zijn die daarvoor nodig zijn, niet alleen in economisch, politiek en technologisch opzicht, maar ook op het gebied van psychische en relationele configuraties en daarmee verstrengelde vanzelfsprekende wereldbeelden en werkelijkheidsopvattingen.

Een inmiddels pijnlijk voorbeeld van die vanzelfsprekendheden uit mijn eigen intellectuele geschiedenis, betreft het onderscheid tussen systeem en leefwereld van Jürgen Habermas en zijn daarbij aansluitende analyse van de kolonisering van de leefwereld. Ik heb een groot deel van mijn leven enthousiast met dat onderscheid gewerkt en heb verschillende voorstellen gedaan voor kritische aanpassingen daarvan. Maar pas de laatste jaren is echt tot mij doorgedrongen hoe door en door antropocentrisch die begrippen zijn. In het licht van de film van Attenborough en van vele andere ecologische analyses, omvat de leef-wereld van mensen ook al hun relaties met andere levensvormen op aarde, zowel in menselijke lichamen als daaromheen. De talloze bacteriën die een groot deel van onze spijsvertering op zich nemen maken, net als Covid 19 en anderen virussen, integraal deel uit van ons alledaagse leven. Hetzelfde geldt voor de bomen en planten die dag in dag uit kolossale hoeveelheden stikstof opnemen en de zuurstof afscheiden die wij inademen. Deze omvattende leefwereld, de Leefwereld om zo te zeggen, speelt in het denken van toongevende 20e-eeuwse filosofen als Habermas, Foucault, Ricoeur, Taylor en Nussbaum hoogstens een bijrol. Het inzicht dat de leefwereld van mensen deel uitmaakt van de Leefwereld die door het werk van heel veel andere soorten wordt gedragen, heeft belangrijke conceptuele en praktische consequenties, zowel voor Habermas’ beeld van de leefwereld, als voor zijn analyse van de afzondering van de materiele reproductie van het menselijke bestaan in verzelfstandigde economische en politieke systemen.

In het licht van het voorafgaande gezien, ligt de Habermassiaanse leefwereld, als netwerk van communicatieve (en strategische) relaties tussen mensen, ingebed in de Leefwereld, dat wil zeggen in het onafzienbare netwerk van materiele en sociale relaties tussen alle levensvormen op aarde. De leefwereld van mensen wordt gedragen door deze omvattende Leefwereld en door al het werk dat andere levensvormen daarbinnen met, tegen en voor elkaar doen. Daarmee valt ook een ander licht op de Habermassiaanse ‘systemen’. Die brengen zo gezien maar een klein deel van de materiele reproductie van het menselijke bestaan tot stand. Het grootste deel van het werk dat ons leven draagt, wordt verricht door andere levensvormen, zoals bomen, planten, grassen, vissen, bestuivende insecten en enorme aantallen micro-organismes. En het is precies dit werk dat door de moderne organisatie van de materiele reproductie van het menselijke bestaan systematisch wordt ondermijnd. Niet de kolonisering van de leefwereld is zogezien het grote probleem van de moderniteit, maar de destructie van de Leefwereld. Deze gedachtenlijn impliceert bovendien dat de veronderstelde verzelfstandiging van de systemen ten opzichte van de leefwereld zeer relatief is. Wat onverschilligheid voor deze dragende Leefwereld betreft, zijn ‘leefwereld’ en ‘systeem’ vrees ik twee handen op één buik. ‘Vakantievluchten’ dragen evenzeer bij aan de opwarming van de atmosfeer en het smelten van ijsbergen als ‘zakenvluchten’.

Overeenkomsten

Om de teloorgang van de omvattende Leefwereld beter te begrijpen, en wellicht om te kunnen buigen, is het daarom minstens zo belangrijk om de overeenkomsten te verhelderen tussen de moderne leefwereld en moderne systemen, als de verschillen daartussen. Een goede ingang voor het verhelderen van die overeenkomsten vormen de eigen gedaantes van complexiteitsreductie die aan beide kanten in het spel zijn. Zowel in ‘systemen’ als in ‘leefwerelden’ is sprake van het ‘comprimeren’ van complexiteit, dat wil zeggen het met kracht vereenvoudigen en ‘samendrukken’ van lastige complexiteit zodat die hanteerbaar, overzichtelijk en onschadelijk wordt.1 Die compressie betreft met andere woorden zowel het organiseren en inrichten van werkprocessen en alle daarmee verbonden vormen van afstemming, als het comprimeren van de complexiteit van personen.

Een voorbeeld daarvan dat mij altijd bij is gebleven, las ik in een boek van Detlev Petry over zijn ervaringen als nieuwe psychiater in een GGZ-instelling in de jaren tachtig. 

Lees verder op p. 7 van nummer 82/83 van Waardenwerk  Nog geen abonnee? Klik hier!