Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Redactioneel Waardenwerk nummer 81

In de stroom van publicaties die de afgelopen maanden verschenen zijn over een van de meest besmettelijke en gevaarlijke virussen waar wij in lange tijd mee te maken hebben gehad, is de aandacht vooral gericht op de slachtoffers die het virus wereldwijd maakt, op de zorg voor de mensen die erdoor getroffen worden, op de ingrijpende economische gevolgen van de lock downs en tenslotte op mogelijkheden om dit virus zo snel en effectief mogelijk een kopje kleiner te maken. Die aandacht is begrijpelijk en terecht. Maar in de strijd-retoriek rond het virus blijven belangrijke overeenkomsten tussen mensen en agressieve virussen als Covid-19 doorgaans op de achtergrond. Dat is jammer, want uit die overeenkomsten kunnen denk ik belangrijke inzichten worden afgeleid.
Redactioneel Waardenwerk nummer 81

De eerste overeenkomst die ik zie tussen mensen en het Covid-19 virus, betreft het feit dat we allebei een plaag zijn voor andere soorten. We hebben allebei geavanceerde technieken ontwikkeld om andere soorten te dwingen hun werkvermogen in te zetten voor onze eigen toekomst. Het virus doet dat op cellulair niveau, door cellen binnen te dringen en hun metabolisme en reproductief vermogen te benutten voor het maken van grote aantallen Covid-19 nakomelingen. Zoals de bijdragen aan onze rubriek Ecologisch Waardenwerk laten zien, oefenen wij mensen een vergelijkbare dwang uit op andere levensvormen, onder meer door enorme aantallen dieren te fokken, op te hokken en te slachten, de zeeën steeds verder leeg te vissen, gigantische hoeveelheden planten te telen en genetisch te manipuleren en alle levensvormen die willen mee-eten van al dat voor mensen bestemde voedsel te vergiftigen of te elimineren. Net als het virus zijn wij zo in staat om het werkvermogen van andere soorten op grote schaal te exploiteren, zodat wij vooralsnog zeer grote aantallen nakomelingen in de wereld kunnen brengen en van voedsel kunnen voorzien. Een tweede overeenkomst betreft het feit dat wij, net als het virus, dat exploitatievermogen voortdurend aan het verbeteren en perfectioneren zijn. Virussen zijn daar al zo’n drie-en-een-half miljard jaar mee doende, door zich steeds opnieuw toegang te verschaffen tot nieuwe gastheren en vooral ook door steeds weer nieuwe infiltratietechnieken te ontwikkelen om de afweer die deze gastheren ontwikkelen te omzeilen. Wij mensen zijn eigenlijk pas de laatste eeuw goed op stoom gekomen als grootschalige en gewelddadige exploitant van het werkvermogen van andere soorten, die in staat blijkt het eigen exploitatievermogen met een ongekende snelheid te verbeteren.

Deze tweede overeenkomst wijst echter ook naar een belangrijk verschil. Virussen ontwikkelen nieuwe vormen van exploitatie in reactie op de weerstand die andere soorten daaraan bieden. Die weerstand is in zekere zin hun redding, want zij zijn volledig af hankelijk van het werkvermogen van andere levensvormen voor hun eigen voortbestaan. Dat geldt ook voor mensen, maar wij hebben de afgelopen eeuwen een nieuwe, technisch-wetenschappelijke vorm van innovatie ontwikkeld, op basis waarvan we de weerstand van bijna alle andere soorten op aarde uit kunnen schakelen en inmiddels zelfs een flink aantal andere soorten definitief vernietigd hebben. We zijn als soort bijna iedereen de baas geworden op aarde, we schakelen bijna alle weerstand uit. Dat is gevaarlijk; voor heel veel andere soorten én voor ons zelf. De virussen hebben een duurzame levenswijze kunnen ontwikkelen die ze al miljarden jaren vol kunnen houden omdat ze weerstand ontmoeten en zichzelf aan en via die weerstand zijn blijven ontwikkelen in voortdurende wrijving met andere soorten die hun eigen levenswijze zo goed mogelijk beschermen. Wij hebben echter de laatste anderhalve eeuw bijna alle weerstand uit weten te schakelen en zijn daarmee op korte termijn heel ‘succesvol’ geworden. Zodoende worden wij vooralsnog niet door hen begrensd in onze gewelddadige exploitatie en kunnen we wegkijken van de gevolgen daarvan voor de toekomst van het leven op aarde, inclusief ons eigen leven. De baas die geen weerstand ontmoet, een baas die alle weerstand uitschakelt, leert niets meer over de destructieve gevolgen van zijn eigen-baas zijn voor anderen en kan daarmee ook niet leren hoe een betere baas te worden. Dat is voor mij de kern van de ecologische problematiek waar de mensheid zich steeds verder in verwikkelt: wij zijn een slechte baas voor heel veel andere levensvormen, en dat zal denk ik zo blijven zolang we de weerstand waarvan we zouden kunnen leren uit blijven schakelen. Daarmee kom ik bij een tweede verschil tussen dit virus en de menselijke soort. Virussen als Covid 19 zijn een ‘one-trick-pony’. Deze soort heeft zich vanaf zijn ontstaan gespecialiseerd in het overmeesteren en uitbuiten van andere levensvormen en kan niet veel anders dan dat. Wij mensen zijn ook heel goed in overmeesteren en uitbuiten, zowel onderling als ten opzichte van andere soorten. Maar wij hebben wij nog meer in huis, net als andere zoogdieren zoals dolfijnen, olifanten en bonobo’s. Niet alleen zorgzaamheid, trouw en het vermogen om schoonheid te ervaren, maar ook en vooral goed samen kunnen werken met anderen en genieten van werk dat deugt en deugd doet. Zoals velen van ons dagelijks ervaren, vraagt dat waardenwerk om ‘ont-bazing’, zowel van je zelf als van anderen. Een slechte baas ondermijnt werk dat deugt en deugd doet. Dat geldt op politiek niveau en op het niveau van organisaties, maar ook op het microniveau van opvoeden en van persoonlijke relaties. Als vrije en autonome individuen zijn wij nominaal de baas over ons eigen leven. Maar als ‘bazen’ leren we niets van elkaar en komen daarmee ook als persoon tot stilstand. Hier ligt voor mij het belang van begrippen als vreedzame begrenzing en waardige strijd, die ook in dit nummer van Waardenwerk aan de orde komen. Die begrippen hebben betrekking op het ont-bazen van jezelf en van anderen, om zó beter werk uit ieders handen te laten komen en meer met en aan elkaar te kunnen beleven. Mijn hoop is dat de denk- en handelingsrichting die door deze en verwante begrippen gemarkeerd wordt, niet alleen kan helpen om minder bazige relaties in en tussen mensen te ontwikkelen, maar ook kan bijdragen aan het ontwikkelen van minder bazige relaties tussen mensen en andere levensvormen. Het is van levensbelang dat wij leren om ten opzichte van hen te ‘ont-bazen’ en beter gezelschap voor hen te worden, begrenzend waar nodig en samenwerkend waar het maar even kan. Daar hebben wij hen hard bij nodig.

Lees verder op p. 3 van nummer 81 van Waardenwerk of bekijk hier het hele nummer. Nog geen abonnee? Klik hier!