Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Een kleine wetenschapsfilosofie van muzisch onderzoek

Inleiding Het boek De kleine Johannes van Frederik van Eeden is voor velen bekend van de lijst van verplichte Nederlandse literatuur op de middelbare school. De roman laat zich lezen als een sprookje, of in ieder geval als een wonderlijke vertelling.

In de weg die Kleine Johannes gaat, kunnen we een afspiegeling ontwaren van de psychologie van het kind op weg naar volwassenheid, met zijn stadia van cognitieve en morele ontwikkeling. Ook kunnen we het werk begrijpen als een autobiografische reflectie. Frederik van Eeden beschrijft in de verschillende gestalten die kleine Johannes ontmoet, zijn eigen verhouding tot zijn studie in de medische wetenschap, en verkent de spanningsvolle relatie tussen zijn dichterschap en zijn maatschappelijk geëngageerde levensoriëntatie.
In het verlengde van deze twee interpretaties van het boek, kan de literaire vertelling ook beschouwd worden als een wetenschapsfilosofische verkenning van muzisch onderzoek. De roman raakt vanuit dat perspectief aan de vraag naar de verhouding tussen de mens en zijn wereld, en de verschillende wetenschapsfilosofische en wetenschaps-ethische posities die in de beantwoording van die vraag kunnen worden ingenomen. Het lezen van De kleine Johannes vanuit deze wetenschapsfilosofische vraagstelling, laat interessante inzichten oplichten. Die inzichten worden nog boeiender als we daarbij Frederik van Eeden, in zijn hoedanigheid van kunstenaar en maker van dit werk, gaan beschouwen als artistiek onderzoeker, en als wij onszelf als lezers van het boek laten aanspreken als medeonderzoekers in de zoektocht naar de plaats van de mens onder de zon. Door deze leesbeweging te maken komt de mens als homo ludens in beeld en ontstaat er zicht op een nieuwe figuur in het spectrum van wetenschapsfilosofische posities, namelijk die van het muzisch onderzoek.

Kleine Johannes
De hierboven geciteerde zinnen vormen het slot van de roman. De hoofdpersoon van het verhaal is een dromerig jongetje. Hij woont in het ruime huis van zijn vader met de hangklok aan de muur en de grote bloemen op het behang. Kleine Johannes leeft daar vooral ook in de tuin die bij het huis hoort, met zijn geurige bloemen, verleidelijke vruchten en zijn vijver vol geheimen. Belangrijke huisgenoten zijn de hond, met wie hij lange gesprekken voert, en de poes voor wie hij slechts diep ontzag heeft. 

Michiel de Ronde

Lees verder op p. 55 van nummer 76 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.

Lees het artikel via deze pagina








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:
Om spam tegen te gaan dient u het onderstaande hokje aan te vinken en moet u mogelijk een vraag beantwoorden.

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.