Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Redactioneel Waardenwerk nummer 82/83Dit dubbeldikke winternummer van Waardenwerk omvat zeventien boeiende artikelen en vier boekrecensies, voor een groot deel gerangschikt onder vier centrale thema’s. Als achtergronddoek voor de verschillende bijdragen, begin ik met een verkennende bespiegeling naar aanleiding van de film (en het bijbehorende boek) van David Attenborough, A Life on our Planet. Lezers die vooral geïnteresseerd zijn in de opbouw en inhoud van dit nummer, kunnen deze verkenning gevoeglijk overslaan en enkele pagina’s verder scrollen naar het kopje ‘dit nummer’.
Redactioneel Waardenwerk nummer 81In de stroom van publicaties die de afgelopen maanden verschenen zijn over een van de meest besmettelijke en gevaarlijke virussen waar wij in lange tijd mee te maken hebben gehad, is de aandacht vooral gericht op de slachtoffers die het virus wereldwijd maakt, op de zorg voor de mensen die erdoor getroffen worden, op de ingrijpende economische gevolgen van de lock downs en tenslotte op mogelijkheden om dit virus zo snel en effectief mogelijk een kopje kleiner te maken. Die aandacht is begrijpelijk en terecht. Maar in de strijd-retoriek rond het virus blijven belangrijke overeenkomsten tussen mensen en agressieve virussen als Covid-19 doorgaans op de achtergrond. Dat is jammer, want uit die overeenkomsten kunnen denk ik belangrijke inzichten worden afgeleid.
Anderhalf jaar geleden hebben wij aangekondigd dat wij de omvang van het redactioneel drastisch zouden gaan inperken. Het werd namelijk steeds maar langer, mede omdat we de informatie over de opzet en inhoud van de verschillende inleidingen bij de verschillende themadelen, ook goeddeels in het redactioneel opnamen. Dat was dus eigenlijk dubbelop en daar wilden we mee stoppen. Dat ferme voornemen hebben wij enkele nummers volgehouden, maar daarna is de omvang van het redactioneel opnieuw flink gaan groeien. Dat willen we eigenlijk niet, vandaar dit keer een nieuwe poging om een kort redactioneel te schrijven.
Recensie: Homo ecologicusDe titel van het boek, ‘Homo Ecologicus’, is een verwijzing naar de ‘Homo economicus’ van Adam Smith en past in de trend van boeken als ‘Homo Deus’ van Yuval Noah Harari en ‘Homo universalis’ van Klaas van Egmond, waarbij schrijvers de mens, de Homo, ieder vanuit een eigen invalshoek belichten.
Op de dag dat de boekhandel mij het bericht stuurt dat het boek ‘De ontsnapping van de natuur’ van Oudman en Piersma (een uitgave van Atheneum te Amsterdam) opgehaald kan worden, hoor ik op het nieuws het sprekende bericht dat het bedrijf Galapagos NV één van de grootste stijgers op de beurs is geweest het afgelopen jaar. Het is inmiddels een miljardenbedrijf.
Waarden zijn geen abstracties. De kern van waardenwerk is dat de waarden die in werk besloten liggen zich tonen in wat het werk tot stand brengt en de manier van werken zelf. Waarbij werk hier breed is opgevat als betaald en onbetaald productief, scheppend handelen. Veel werk in die zin richt zich op ‘het goede’ willen doen, zowel voor jezelf, de ander als de wereld.
Het voorrecht dat de redactie mij gunt, om het redactioneel te mogen schrijven bij nieuwe nummers van ons tijdschrift, biedt mij de ruimte en de stimulans om naar aanleiding van de inhoud van het nieuwe nummer door te denken over de inhoud van het begrip waardenwerk en het doen daarvan. Als opstapje naar de inhoud van dit rijk gevulde winternummer, wil ik dan ook beginnen met twee overwegingen over de inhoud van waardenwerk.
2 oktober: In goed gezelschapHet boek In goed gezelschap'' dat we deze middag presenteren via een beknopt inhoudelijk programma, komt voort uit de Lectorengroep Normatieve professionalisering en staat onder redactie van Sietske Dijkstra, Harry Kunneman en Bart van Rosmalen. Aan de hand van een schurende vraag uit hun eigen werkpraktijk, onderzoeken de acht auteurs wat helpt om hun eigen werk en dat van anderen meer te laten deugen. De rode draad wordt gevormd door de gedeelde betrokkenheid op goed gezelschap en de bijdrage daaraan van muzische werkvormen.
Cahier 2 | In goed gezelschapIn deze bundel delen we inzichten en zoekrichtingen waarvoor onze ‘gezelschappelijke’ samenwerking een vruchtbare voedingsbodem heeft verschaft. In alle hoofdstukken staat een echte vraag centraal uit de professionele praktijk van de auteur. Het varieert van omgaan met macht en machteloosheid in complexe scheidingen, de rol van cello spelen, dansen en stilte in het vormgeven van goed werk, de complexiteit van het beoordelen van thesis-onderzoek tot een uitwerking van normatieve professionalisering aan de hand van William Shakespeare.
NIEUW | Homo ecologicusKunnen wij vriendschap met de Aarde sluiten? In dit essay onderzoekt Eric van der Vet de mogelijkheden om ons toe te wenden naar de Aarde om de verregaande degeneratie van ecologische systemen te stoppen en te werken aan herstel.
Echte winst is maatschappelijke betrokkenheidElke organisatie wil tevreden klanten, een goed imago en gemotiveerde medewerkers. Dat kan als je het Échte winst denken invoert. Klanten, investeerders en medewerkers vragen steeds meer om maatschappelijke betrokkenheid. Alleen op winst gericht zijn is allang passé. Ondernemen met impact staat nog in de kinderschoenen, maar zal absoluut de norm worden. Het gaat volgens Hoogerwerf niet alleen om goede intenties, het gaat om echte winst: klinkende resultaten die het leven verbeteren, van medewerkers, klanten, de leveranciers en ook in de samenleving.
Dit jaar viert de Universiteit voor Humanistiek haar zesde lustrum. De UvH vormt de geboortegrond van dit tijdschrift en de ideeën en perspectieve die daar de afgelopen dertig jaar ontwikkeld zijn, bieden een belangrijke bron van inspiratie voor het denken en spreken over waardenwerk en voor het doen daarvan.
Contribution to the Symposium ‘The Art of Listening. De-accelerating Our Way of Life’ At the University of Humanistic Studies, Utrecht January 30th, 2019.
Het traditionele humanisme staat vandaag voor grote uitdagingen. Ik noem er twee. In de eerste plaats dwingt de huidige ecologische crisis ons om kritisch na te denken over de centrale positie die het traditionele humanisme de mens toekent in het universum.
Inleiding In de inleiding van zijn artikel ‘Humanisering als uitdaging’ stelt Douwe van Houten terecht dat ‘er weinig of geen systematische beschouwingen over humanisering voorhanden zijn’.

Nieuw nummer

In tijden van corona, flexibele arbeid, globalisering, klimaatverandering en andere potentiële bedreigingen voor de bestaanszekerheden van mensen wordt er een groot beroep gedaan op het vermogen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.
In dit artikel ontwikkel ik een kritische theorie van het gemeengoed en pas die toe op technologie. Voor dat doel onderzoek ik drie fundamentele kwesties waarmee iedere kritische technologietheorie geconfronteerd wordt. Een eerste vereiste is te beschikken over een passende notie van ‘theorie’.
Mensen die seksueel misbruikt zijn, willen daar doorgaans niet over vertellen, en mensen die het geluk hebben dat ze daar geen ervaringen mee hebben, willen er vaak niet over horen. Die zwijgcultuur blijkt moeilijk te doorbreken. Dat heeft enerzijds te maken met de dwang tot geheimhouding die door daders wordt uitgeoefend, met de schaamte die eraan kleeft, maar ook met de onwil van de maatschappelijke omgeving om te erkennen dat dit kwaad plaatsvindt.
Participatieve en responsieve onderzoeksbenaderingen streven ernaar democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Participatieve onderzoekers stellen het belang van epistemic justice en het actief betrekken van burgers en gebruikers, evenals andere belanghebbenden, in de co-creatie van kennis voor praktijkverbetering en sociale verandering.
Wij zijn beide werkzaam als responsieve onderzoeker1 binnen de langdurige zorg en worden hierbij in onze dagelijkse onderzoekspraktijk geconfronteerd met diverse epistemologische en ethische kwesties (zie de bijdrage van Abma eerder in dit nummer). We hebben elkaar de afgelopen jaren vooral gevonden in onze twijfels en onzekerheid over de rol van verbaliteit en cognitie in onderzoek met mensen met een verstandelijke beperking of afasie, die niet (voor zichzelf ) kunnen spreken.
Deze bijdrage is een verkenning van de plaats die contact en resonantie innemen in participatief actieonderzoek projecten – in dit geval op het terrein van de geestelijke verzorging – en de lastigheden die zich in de interpersoonlijke sfeer, tussen groepen en organisaties kunnen afspelen.
Hoe verliezen mensen met een verslaving de controle over hun autonomie? In een longitudinale kwalitatieve studie onder mensen met een alcohol- of opiaten-verslaving in Australië, onderzocht ik hoe zij hier zelf over denken. Dit leidde tot het ontwikkelen van een drielaags model om verlies van autonomie in verslaving te duiden, en aanknopingspunten te vinden voor herstel.
De afgelopen eeuw heeft in de ontwikkeling van de fysiotherapie, kind van haar tijd, de metafoor van het menselijk lichaam als machine een belangrijke rol gespeeld. Ziekten en klachten van het bewegen worden gezien als te repareren afwijkingen van het menselijk lichaam. Deze machinemetafoor is nauw verbonden met het strikte onderscheid tussen lichaam en geest.
Om met een open deur in huis te vallen: Voor een goed begrip van de dingen is het vaak verhelderend om ze in bredere kaders te plaatsen. Op die manier wordt het wijdere landschap zichtbaar waarbinnen bepaalde fenomenen hun plaats hebben en waardoor ze mede bepaald worden, verschijnen ze vanuit die bredere samenhangen in een nieuw licht zoals niet het geval zou zijn wanneer ze louter op zich beschouwd zouden worden.
Mensen leiden een bizar leven, vol met tegenslag, succes, hoop, ellende, vernedering, pijn, lust, geweld, verlangen, en rust. Ondertussen zijn we ook kwetsbaar en zeer op elkaar aangewezen. En we moeten eten. En daarom zijn we fundamenteel aangewezen op de natuur. We leven niet alleen van de lucht en andere dode processen, we leven van andere organismen en zij van ons.
Inleiding Vanuit het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening (Hogeschool Utrecht) wordt al ruim 10 jaar samengewerkt met Sherpa, een zorginstelling in de regio Gooi & Vechtstreek, Eemland en Utrecht-West die mensen met een beperking ondersteunt op het gebied van wonen, werken, leren en vrije tijd. In alle samenwerkingsprojecten draait het om ethische reflectie, vanuit de overtuiging dat dit kan bijdragen aan goed werk: werk dat goed is voor degenen die het doen en voor degenen met en voor wie het gedaan wordt. In dit artikel staan wij, als onderzoekers van het lectoraat, stil bij wat deze samenwerking tot nu toe heeft opgeleverd.
In dit artikel doe ik verslag van een kwalitatief onderzoek naar de trage vraag ‘wat gebeurt er met mijn kind als ik wegval?’ van ouders van kinderen met een meervoudige beperking die bij Sherpa wonen. Sherpa heeft als doel de relatie tussen cliënt, ouders en professionals komende jaren te versterken.
Sinds 2016 is Henk Kouwenhoven bestuurder bij Sherpa, een organisatie voor (ambulante en intramurale) ondersteuning aan mensen met een beperking, in het midden van het land. In vervolg op het voorgaande artikel, waarin verslag is gedaan van de jarenlange betrokkenheid van de Hogeschool Utrecht bij Sherpa bij het omgaan met ethische en morele vragen, zijn wij nieuwsgierig naar het perspectief en de rol van de bestuurder op dit thema
Geestelijk verzorgers zijn mensen van het woord, goede luisteraars, en ze maken contact met anderen middels het gesprek. Althans, dat is het hardnekkige beeld dat Marieke Schoenmakers schetst in haar artikel ‘Lichamelijkheid in de geestelijke verzorging, nog een wereld te winnen’.1
Allereerst een uitleg van de maatregel TBS. Patiënten die verblijven in een forensisch psychiatrisch centrum, afgekort als FPC, hebben in principe allen een TBS-maatregel opgelegd gekregen. Zij zijn zoals dat heet ter beschikking gesteld.