Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Het voorrecht dat de redactie mij gunt, om het redactioneel te mogen schrijven bij nieuwe nummers van ons tijdschrift, biedt mij de ruimte en de stimulans om naar aanleiding van de inhoud van het nieuwe nummer door te denken over de inhoud van het begrip waardenwerk en het doen daarvan. Als opstapje naar de inhoud van dit rijk gevulde winternummer, wil ik dan ook beginnen met twee overwegingen over de inhoud van waardenwerk.
2 oktober: In goed gezelschapHet boek In goed gezelschap'' dat we deze middag presenteren via een beknopt inhoudelijk programma, komt voort uit de Lectorengroep Normatieve professionalisering en staat onder redactie van Sietske Dijkstra, Harry Kunneman en Bart van Rosmalen. Aan de hand van een schurende vraag uit hun eigen werkpraktijk, onderzoeken de acht auteurs wat helpt om hun eigen werk en dat van anderen meer te laten deugen. De rode draad wordt gevormd door de gedeelde betrokkenheid op goed gezelschap en de bijdrage daaraan van muzische werkvormen.
Cahier 2 | In goed gezelschapIn deze bundel delen we inzichten en zoekrichtingen waarvoor onze ‘gezelschappelijke’ samenwerking een vruchtbare voedingsbodem heeft verschaft. In alle hoofdstukken staat een echte vraag centraal uit de professionele praktijk van de auteur. Het varieert van omgaan met macht en machteloosheid in complexe scheidingen, de rol van cello spelen, dansen en stilte in het vormgeven van goed werk, de complexiteit van het beoordelen van thesis-onderzoek tot een uitwerking van normatieve professionalisering aan de hand van William Shakespeare.
NIEUW | Homo ecologicusKunnen wij vriendschap met de Aarde sluiten? In dit essay onderzoekt Eric van der Vet de mogelijkheden om ons toe te wenden naar de Aarde om de verregaande degeneratie van ecologische systemen te stoppen en te werken aan herstel.
Echte winst is maatschappelijke betrokkenheidElke organisatie wil tevreden klanten, een goed imago en gemotiveerde medewerkers. Dat kan als je het Échte winst denken invoert. Klanten, investeerders en medewerkers vragen steeds meer om maatschappelijke betrokkenheid. Alleen op winst gericht zijn is allang passé. Ondernemen met impact staat nog in de kinderschoenen, maar zal absoluut de norm worden. Het gaat volgens Hoogerwerf niet alleen om goede intenties, het gaat om echte winst: klinkende resultaten die het leven verbeteren, van medewerkers, klanten, de leveranciers en ook in de samenleving.
Dit jaar viert de Universiteit voor Humanistiek haar zesde lustrum. De UvH vormt de geboortegrond van dit tijdschrift en de ideeën en perspectieve die daar de afgelopen dertig jaar ontwikkeld zijn, bieden een belangrijke bron van inspiratie voor het denken en spreken over waardenwerk en voor het doen daarvan.
Contribution to the Symposium ‘The Art of Listening. De-accelerating Our Way of Life’ At the University of Humanistic Studies, Utrecht January 30th, 2019.
Het traditionele humanisme staat vandaag voor grote uitdagingen. Ik noem er twee. In de eerste plaats dwingt de huidige ecologische crisis ons om kritisch na te denken over de centrale positie die het traditionele humanisme de mens toekent in het universum.
Inleiding In de inleiding van zijn artikel ‘Humanisering als uitdaging’ stelt Douwe van Houten terecht dat ‘er weinig of geen systematische beschouwingen over humanisering voorhanden zijn’.
Inleiding Het boek De kleine Johannes van Frederik van Eeden is voor velen bekend van de lijst van verplichte Nederlandse literatuur op de middelbare school. De roman laat zich lezen als een sprookje, of in ieder geval als een wonderlijke vertelling.
New York, januari 2015. Mijn man Niels en ik zijn te gast bij Sandra. Ze woont in een appartement in Brooklyn, vol kleurige sugar skulls, planten, Peruaanse lappen en Mariabeeldjes. Een muur in de eetkamer is bedekt met een groot schilderij waar nog aan gewerkt wordt. Iedereen die langs komt kan er een stuk aan toe voegen, lacht Sandra terwijl ze ons een lasagne serveert waarin de deegbladeren zijn vervangen door maistortilla’s.
In dit essay zal ik een vergelijking maken tussen ons vervuilend gedrag en verslaving aan verdovende middelen. Met betrekking tot het herstel van middelenverslaving bestaat waardevolle ervaringskennis die een fundamentele verandering mogelijk maakt in zowel het denken als het gedrag van de verslaafde. Ik geloof dat de ervaringskennis van middelenverslaafden ons kan helpen om te breken met onze vervuilende manier van leven. Specifiek zal ik in deze tekst ingaan op het programma van de Anonieme Alcoholisten en recente inzichten met betrekking tot verslaving en de relatie tussen lichaam en geest. Beide zal ik relateren aan het denken van de filosoof Bruno Latour over de ecologische crisis.
Nooit heeft klimaatverandering de gemoederen zozeer beziggehouden als de afgelopen vijf jaar. Hele volksstammen van jong tot oud en van links tot rechts lijken er van doordrongen dat radicale milieubeschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn, getuige de protesten van zogenaamde ‘klimaatspijbelaars’, ontwikkelingen als het Klimaatakkoord van Parijs (2015), de Urgendazaak (2015), de Klimaatwet (2018), en het recente rapport van de VN over de miljoen plant- en diersoorten die de komende decennia dreigen uit te sterven (Venhuizen & Luttikhuis 2019).
In een eerder artikel in Waardenwerk (Wijkstra, 2018) heb ik de neoliberale en wetenschappelijke context beschreven waarin de GGZ een sterke neiging heeft ontwikkeld om de complexiteit van de psychiatrische werkelijkheid (van patiënt en behandelaar) te reduceren tot het medische model. Mijn conclusie was dat in de dagelijkse psychiatrische praktijk de psyche is verdwenen en het brein nog steeds niet aanwezig is. Mijn pleidooi was dat we een interactioneel model nodig hebben waarbinnen het medische model een plaats kan hebben. Daarmee creëren we meer ruimte voor het contact, als kernwaarde in de GGZ, en voor omgaan met complexiteit in de relatie hulpverlener patiënt.
In 1965 sprak Jaap van Praag een rede met de titel ‘Wat is humanistiek?’ uit bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de humanistiek en de antropologie van het humanisme aan de Rijksuniversiteit Leiden. In deze rede muntte hij de term humanistiek, die hij daarin definieert als ‘de fenomenologische doordenking van de humanistische levensovertuiging’.
Als we willen weten hoe de toekomst van de pluralistische samenleving er uitziet, dan dienen we onze oren bij de kinderen, leerkrachten en ouders van gemengde scholen te luisteren leggen. Dit is de boodschap die wij beluisteren in een artikel over de Amsterdamse Indische Buurtschool dat in De Volkskrant van 7 november 2018 verscheen. Een van de ouders die in dit artikel aan het woord komt, zegt: ‘Ik heb op deze gemengde school geleerd dat dat je soms verder dan de oppervlakte moet kijken naar wat we gemeen hebben, en dat is heel veel.’
De globalisering brengt veel onzekerheden en angst met zich mee. Dit zorgt voor toename van neoconservatisme, polarisatie en religieus extremisme (Kinnvall 2004). De gruwelijke aanslagen op de twee moskeeën in Nieuw Zeeland en de vreselijke schietpartij in Utrecht vormen een duidelijk bewijs dat haat en disrespect van de ander kan leiden tot gewelddadige acties. Hoe kunnen beeldvorming, vijandsbeelden en stereotypen jegens een ander – de basis van dit geweld - verminderd worden? M. Schreurs, J. Verveld en L. Ten Kate betogen in hun opiniestuk dat gemengde scholen de weg wijzen naar een toekomst, namelijk hoe een pluralistische samenleving mogelijk is en vorm kan krijgen. Kan inderdaad het onderwijs die rol spelen in het verminderen van haat en disrespect van de ander?
Menig artikel of beleidsstuk waarin de relatie tussen school en samenleving een rol speelt, vertrekt vanuit de vooronderstelling dat de school jonge mensen voorbereidt op de samenleving van morgen.
Managers zouden elkaar, als vakgenoten, moeten bevragen op de morele dimensie van de beslissingen die ze nemen. Managers zijn op dit gebied rolmodel of zouden dat moeten zijn. Discussie tussen en met managers over de moraliteit van hun beslissingen vindt nog te weinig plaats. Er is eerder sprake van morele zwijgzaamheid.