Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




VOEDSELDEMOCRATIE: Eten van moeder aarde, Het toppunt van goede voeding: van vlees naar peulvruchten?

2016 is ‘International year of pulses’, internationaal jaar van de peulvruchten. De organisatie voor voedsel en landbouw van de Verenigde Naties (FAO) vraagt daarmee onze aandacht en nieuwe waardering voor een oude bron van gezonde en duurzame voeding. Dat doel is voor een flink deel gekoppeld aan de afnemende reputatie van vlees. Wat een paar decennia terug alom werd gezien als het toppunt van goede en gezonde voeding (‘Vlees mevrouw, u weet wel waarom’) wordt nu steeds meer geassocieerd met ellende voor dieren, voor de aarde en zelfs voor onze gezondheid.

‘Vlees mevrouw, u weet wel waarom’, zei de campagne die oudere mensen zich nog wel herinneren. De decennia na de oorlog wisten Nederlandse huisvrouwen dat inderdaad: vlees was als vanzelfsprekend het beste, meest voedzame eten dat we kenden. Het vormde het centrum van elke maaltijd, die in die tijd bestond uit aardappels, groente en vlees. Vanaf ongeveer 1950 overtrof de consumptie van dierlijke eiwitten, overigens ook af komstig van zuivel, die van plantaardige. En de verhouding groeide steeds verder uit elkaar; in 1975 at de gemiddelde Nederlander twee keer zoveel dierlijke als plantaardige eiwitten (Vijver, 2005, 43). Vlees was een belangrijk teken van de toenemende welvaart, het betekende zowel luxe als gezondheid. Actief gestimuleerd door de overheid nam de consumptie van vlees toe van ruim 35 kilo per persoon in 1950 tot meer dan 80 kilo in 2010.

Dat toenemende welvaart gepaard gaat met toenemende vleesconsumptie geldt niet alleen voor Nederland, het is een mondiaal gegeven: waar welvaart stijgt gaan mensen meer vlees eten. Dat kan snel gaan, zoals vooral de cijfers uit China de afgelopen jaren laten zien. De vleesconsumptie steeg daar van 14 kilo per persoon in 1970 tot waarden die nu die van ons benaderen. India is een uitzondering; de FAO hield het voor 2007 op 3,3 kilo vlees per persoon per jaar (FAO 2012, 55). Daartegenover daalt en stagneert het peulvruchtengebruik. Niet alleen Bartje wilde ze niet (‘ik bid nie veur brune bon’n’), ook veel andere mensen zien ervan af. Peulvruchten zijn geassocieerd met armoede, ze staan bekend als ‘the poor man’s meat’. De Bruine bonenbende, een groep die zich inzet voor peulvruchten, wijdt op haar website uit over wat ze op een andere plek ‘de schlemielen van de keuken’ noemt: Peulvruchten gelden nu niet echt als een chique component van de gastronomie. Die treurige reputatie is niet recent; door de eeuwen heen hebben de culturen neergekeken op bonen, erwten en linzen. De reden is dat ze een goedkope vleesvervanger zijn en daardoor geassocieerd werden met armoede: wie geen vlees kon betalen, at peulvruchten. Ze waren dermate makkelijk te kweken dat ze ook als veevoer werden gebruikt, wat hun status bepaald niet hielp. Daarbij veroorzaken ze winderigheid. 

Cor van der Weele 

Lees verder op p. 172 van nummer 66-67 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.