Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




VOEDSELDEMOCRATIE: De noodzaak van voedseldemocratie, Naar een rationele omgang met verschillende landbouw- en voedselbenaderingen

Milieuproblemen (emissies), klimaat verandering, dieren welzijn, extreem overgewicht, honger en ondervoeding, sterk veranderende voedselprijzen, dat zijn de problemen waar ieder voedselproductie systeem mee wordt geconfronteerd. In Nederland krijgen sommige van deze problemen een schrijnender betekenis door de plaats die Nederland inneemt in Europa als een van de grootste voedselproductie landen. Er zijn verschillende manieren waarop voedselproductiesystemen (conventioneel, biologisch, agroecologisch) met deze kwesties omgaan, en zij hebben verschillende gevolgen en krijgen verschillende waarderingen.

In de publieke discussies over de problemen spelen deze verschillende opvattingen over landbouw en voeding een soms heel impliciete rol. Soms komen die verschillende opvattingen boven tafel, en dan blijkt dat er bijvoorbeeld minstens drie verschillende benaderingen zijn. De eerste, vooral zichtbaar bij beleidsmensen, voedingsindustrie en wetenschappers, ziet voeding als een commerciële waar, die in voldoende mate aanwezig moet zijn, en die het beste profijtelijk grootschalig en ‘efficiënt’ kan worden geproduceerd. De markten moeten daartoe zo vrij mogelijk zijn, zodat de ondernemer overal ter wereld zijn basis ingrediënten vandaan kan halen. Dit betekent lange ketens en grote inbreng van chemische en biotechnologische middelen om een grote opbrengst te krijgen. De tweede benadering heeft wel wat van deze eerste benadering, maar benadrukt heel sterk de gezondheids en duurzaamheids aspecten van landbouw en voeding, die vooral door biotechnologie (genetische modificatie, kunstvlees, functionele voeding, personalized health en food) tot stand kan worden gebracht. De derde benadering is gericht op ecologische en lokale (regionale) productie, bijvoorbeeld in steden en rond steden, met minder vlees en veel meer fruit en groenten, korte ketens en het sluiten van lokale kringlopen en grote betrokkenheid van burgers (zoals bij agroecologie).

Al deze benaderingen hebben hun voordelen en nadelen, ze hebben hun synergiën en nadelige interferenties. De keuze voor een van deze benaderingen hoort niet alleen in de wetenschap of de politiek gemaakt te worden, maar ook door de burgers. De ethischfilosofische kern van deze opmerkingen is de kwestie of voeding en landbouw en de daarbij horende relatie tot de natuur louter instrumentele kwesties zijn, die kunnen worden overgelaten aan onaf hankelijke, grootschalige ondernemingen en vrije markten. Deze instrumentele opvatting wordt gehuldigd door de twee eerder genoemde benaderingen. Maar zijn voeding, landbouw en de daarmee verbonden relatie tot de natuur, het eigen lichaam en de sociale omgeving niet zo belangrijk voor het menselijk voortbestaan, dat ze inherent onderdeel uitmaken van een goed leven? De laatst genoemde benadering (vooral de agroecologische en stadslandbouw) gaat daar vanuit.

Michiel Korthals

Lees verder op p. 168 van nummer 66-67 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.