Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




EINDIGHEID EN ZINGEVING: De tijd van mijn leven

Ik begin met een persoonlijke noot. Na de dood van mijn vorige echtgenote, zomer 2011, zocht ik wekenlang naar woorden die uitdrukking konden geven aan wat ik de dag van haar crematie en asverstrooiing ervaren had: een geliefde die er niet meer is, die nergens meer is, niet tastbaar, niet voelbaar. Je stelt een vraag en de stilte krijgt een klank van pijn en gemis. Een gekoesterd lichaam werd een laagje as op een strooiweide. Het waaide. ‘s Avonds nog begon het te regenen.

Wat doe je met die ervaring als je op generlei wijze voeling hebt met een of andere goddelijke of transcendente sfeer en ervan overtuigd bent dat de mens in eerste instantie materie is? In mijn werkzaamheden als filosoof verdedig ik al langer de stelling dat het lichaam onze primaire bron van zin- en betekenisgeving is. Spiritualiteit had altijd iets wazigs voor mij. Doorgaans werd of wordt dat spirituele in verband gebracht met louter geestelijke toestanden of met iets als de ziel. En dat kreeg dan vervolgens een immateriële, bovennatuurlijke, d.w.z. niet-lichamelijke invulling.

Zo’n visie op spiritualiteit loopt naar mijn gevoel even mank als een groot deel van de traditie van het westerse denken. Die gaat niet zelden uit van een scheiding van lichaam en geest en vult de verhouding tussen die twee op verticale wijze in: de geest domineert het spektakel van onze existentie. Lichamelijkheid, emoties, al het ongetemde en ontembare in de mens, daar hebben filosofen het wel eens moeilijk mee. Zij niet alleen. Wie lijfelijkheid zegt, denkt daar eindigheid bij, vergankelijkheid. En beperktheid. De beperking bijvoorbeeld tot een aards en lichamelijk verankerd-zijn. We kunnen ons geen stapje hoger tillen, tastend naar zin- of troostgevers die ergens boven ons zweven.

Hoe dan met die vergankelijkheid om te gaan zonder de vraag naar zin als overbodig of onbeantwoordbaar te gaan beschouwen, gezien de zekerheid van onze eindigheid? Een antwoord zou kunnen luiden: er is zin. De onderliggende stelling van mijn verhaal hier voegt daar aan toe: er is zin, niet ondanks onze eindigheid, maar net in samenhang daarmee. In het vervolg van mijn tekst wil ik het in het begin hier geschetste probleem proberen beantwoorden vanuit twee ‘klassieke’ auteurs, William James en Martin Heidegger. Beiden hebben de vraag gesteld naar de menselijke vergankelijkheid, de ene vanuit het thema van de onsterfelijkheid, de andere vanuit een vraag naar de eeuwigheid en ons begrip van de tijd.

 

Marc van den Bossche

Lees verder op p. 10 van nummer 66-67 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.