Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




DUURZAAMHEID - Een pleidooi voor pientere planten

Hoe benader je als botanisch filosoof het vraagstuk van plantaardige intelligentie? Een filosoof beschikt immers over een bescheiden instrumentarium om deze vraag te lijf te gaan. Toch is er een denkinstrument in de wijsgerige gereedschapskist dat wellicht uitkomst biedt: het gedachte-experiment. Hoewel dit denkgerei niet zal leiden tot geen bevredigend antwoord op de vraag of er sprake is van plantaardige intelligentie, stelt het de lezer in staat om de kwestie vanuit een nieuw licht te bezien.

Van oudsher wordt intelligentie beschouwd als een essentiële eigenschap van de mens, om onszelf te distantiëren van de rest van de levende natuur. Een treffend voorbeeld vind je bij de wetenschappelijke naamgeving van de soort mens. In de eerste negen edities van zijn Systema Naturae (1735) vertikt de Zweedse botanicus en taxonoom Carolus Linnaeus (1707-1778) het om de mens te classificeren. Pas in de tiende editie (1758) besluit hij om de mens te tooien met de titel Homo sapiens, de wijze mens. Daarbij doet hij, voor zijn tijd, een uiterst gewaagde zet, Tot verbazing van velen classificeert hij de mens als aapachtige. Tegelijkertijd kent hij de mens een unieke plek toe tussen de primaten. Door de mens de soortnaam sapiens te geven, betoogt Linnaeusdat wij op basis van onze geestelijke vermogens wezenlijk verschillen van primaten en andere dieren.

Norbert Peeters

Lees verder op p. 40 van nummer 69 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.