Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




DEBAT ISLAM - De dialoog tussen humanisme en islam. Een humanistische bijdrage

Onderstaand artikel is een reactie op ‘Het debat tussen humanisme en islam binnen de westerse context’ van Dr. Abdelilah Ljamai in Waardenwerk nr. 69. Als het goed is, gaat het meer om een dialoog tussen levensovertuigingen dan een debat. Het woord ‘debat’ heeft teveel de connotatie van het twistgesprek dat we zo goed van het politieke debat kennen. Een probleem in die dialoog is de dreiging van oppervlakkigheid. Ik bedoel daarmee dat het (vrijwel) altijd gaat over wat er hier en nu aan de hand is, terwijl de levensovertuigingen wortels hebben die ver in het verleden liggen en in dikke boeken vastliggen.

Dit geldt met name voor de godsdienstige levensovertuigingen. Voor de grondslagen van het humanistische denken, dat zich steeds vernieuwt, kan men terecht bij de korte ‘Amsterdam Declaration’ (2002) waarvan ik de lezing aanbeveel, maar die ik hier niet bespreek. Het gaat mij om de genoemde wortels, de teksten die het fundament van een levensovertuiging vormen.


Het grondprobleem: de teksten

In het genoemde artikel in Waardenwerk, vraagt Dr. Abdelilah Ljamai zich af hoe het komt dat de beeldvorming over islam in het westen zo negatief is (2017, nr.69, 129). Hij zoekt oorzaken in de geschiedenis, in de recente terroristische aanslagen, in de berichtgeving door de media en tenslotte in de groei van het populisme, ‘dat zich voedt met de angst voor de ander, voor de islam’ (idem,130). Hij zoekt de oorzaak niet in de tekst van de Koran, maar bespreekt de humanistische invloeden in de ontwikkeling van de islam, met name filosofen uit de twaalfde eeuw, toen de islam nog voet had op het Europese continent, te weten in Cordoba, Spanje. Deze moslimfilosofen hielden zich bezig met tekstinterpretatie van de Koran, en gaven er een zo liberaal mogelijke betekenis aan. Enigszins verbazend beperkt Ljamai zich tot enkele twaalfde-eeuwse denkers en gaat, op een verwijzing na, voorbij aan de eigentijdse liberale korangeleerde Nasr Abû Zayd, die in 1995 naar Nederland vluchtte om te ontkomen aan de dreiging van het salafisme/wahabisme van Egyptische theologen. Ljamai geeft een interessant voorbeeld van het denken van Ibn Rushd (1126 – 1198, in het westen beter bekend onder de naam Averroës).

Het gaat om diens oplossing voor de strijdigheden die ook toen al ontstonden tussen de waarheid van de Koran en de waarheid van de wetenschap. ‘Hij vindt dat de twee waarheden nooit in strijd met elkaar kunnen zijn en daarom moet de waarheid van de Koran figuurlijk of allegorisch geïnterpreteerd worden’ (idem,133). Figuurlijk of allegorisch, dat wil zeggen: niet letterlijk, of zinnebeeldig, met een diepere betekenis. Maar ook zijn tekstinterpretatie won het niet van de salafistische: zijn boeken werden nog tijdens zijn leven verbrand. Het probleem met de oplossing via een figuurlijke interpretatie is dat de taal in de Koran in feite glashelder is en niet uitnodigt tot het zoeken naar een diepere betekenis. In de salafistisch/wahabitische interpretatie ervan is dan ook weinig sprake van figuurlijke betekenis. Het is daarom wel degelijk belangrijk om in de tekst van de Koran minstens één van de oorzaken voor de negatieve beeldvorming te zoeken.

Kees Hellingman

Lees verder op p. 217 van nummer 70/71 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.