Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




COLUMN - De stilte voor de hoop

Als de taal de ziel is van de identiteit, en dat is ze, en als reflectie de ziel is van de taal, en dat is ze, dan is uiteindelijk reflectie datgene waar het voortbestaan van de eigen cultuur mee staat of valt. Deze gedachte is de afgelopen jaren deerlijk gemist, alleen al bij de discussies over Europa. Ze is gemist in heel ons ontrederde continent.

Dat is terug te zien in het narratief van het isolement. In rechts conservatieve kringen bestaat het diepe geloof dat niets met elkaar in contact staat; dat zijn denkbeelden die heel prettig zijn als je wilt baden in hebzucht, hyperkapitalisme, egoïsme en het uitwonen van de aarde. Als je de diepe overtuiging hebt dat niets met elkaar verbonden is, dan zijn woorden ook niet verbonden met betekenis en dan is de taal vogelvrij.

Bij 'stoere' mannen als Trump, Wilders et tutti quanti bestaat het idee dat de echte vrije man zijn eigen feiten en betekenis mag construeren. Feiten kunnen dan zijn wat je wilt dat ze zijn. Deze mannen zien zichzelf als geïsoleerde individuen die alleen verantwoordelijk zijn voor zichzelf. Daar komt geen reflectie aan te pas. Dan schrijft taal geen mensen, klassen, grenzen en werelden aan elkaar.

In 2017 lijkt Europa te kiezen voor de weg van behoud - in tegenstelling tot de Angelsaksische variant van isolement, Brexit en ‘America first’ dat vraagt om een op het verleden geïnspireerd tegenverhaal. Het vraagt in ieder geval politieke (en culturele) moed: het verdedigen en steeds weer geduldig uitleggen van afspraken en overtuigingen die in almaar schrillere tonen (Wilders, Le Pen, AfD, ed.) worden weggezet als het failliete ‘ancien regime’ van het naoorlogse Westen.
Dat Westen werd gebouwd op fundamenten van multilaterale samenwerking: van de Bretton Woods-instellingen tot de NAVO, van de Europese integratie tot de WTO. In deze complexe omgeving en in een onvoorzien samenspel produceerden deze internationale organisaties collectieve goederen als veiligheid, stabiliteit, sociale samenhang, voorspelbaarheid en vooruitgang. De naoorlogse natiestaten van het Westen en hun samenlevingen ontwikkelden zich ingebed in deze samenwerking, die op haar beurt weer was ingebed in democratische verzorgingsstaten. Wat ook duidelijk is: dit complexe samenspel gaf het naoorlogse Westen positieve beleving. Het lijdzame surrealisme – culminerend in de onbevattelijke verschrikkingen van WO I en de horror van erna – verdween achter een eclips van universele waarden, sociaal beleid en de verwachtingsvolle taakstellingen die daar bij pasten.

De instituties van de Westerse multilaterale orde zitten vol met gebreken, successen, enghartige belangen, hooggestemde idealen, achterstallig onderhoud en historische prestigeprojecten. Deze innerlijke tegenstrijdigheden en hun onafheid gaven deze instituties lang kracht. En beleving. Ze bleven dragers van hoop.
En dat waren ze op geloofwaardige wijze: want beloftes werden regelmatig ingelost – waarde(n)volle collectieve goederen werden echt voortgebracht.

Hoop is het omarmen van het onbekende. Mensen denken vaak dat hoop hetzelfde is als optimisme. Maar optimisme, net als pessimisme, is een vorm van zekerheid over wat de toekomst ons brengen zal. Als je wilt dat er iets verandert dan is hoop het begin, omdat daar de mogelijkheid ligt in te grijpen in het vervolg.

Zoals Ryszard Kapuscinsky schreef (in: De dood van een ambassadeur): ‘Degenen die over geschiedenis schrijven besteden teveel aandacht aan opzienbarende momenten en onderzoeken in onvoldoende mate de perioden van stilte. Zij missen de feilloze intuïtie van de moeder wanneer ze hoort dat het in de kamer van haar kind plotseling stil is geworden. De moeder weet dat deze stilte iets vervelends betekent, dat achter deze stilte iets schuilgaat (…) Zowel in de geschiedenis als in de politiek vervult de stilte dezelfde functie’.

De afspraken waaruit onze instituties zijn opgetrokken, sloten de afgelopen zes decennia steeds opnieuw aan bij de tijdgeest en wat gevraagd werd. Er werd gelet op de stiltes – met feilloze intuïtie. De Westerse orde kon zo telkens weer worden bezield om politiek, economisch en cultureel geloofwaardig en relevant te blijven.
Dat leek het laatste decennium in toenemende mate voorbij. Belofte werd schuld. En deze schuld werd breed uitgemeten door een schril en luidruchtig populisme – waarin de verschillen belangrijker waren dan de overeenkomsten. Waarin het wijds-universele inleverde op het eng-nationale.
Dat had gevolgen.
Afspraken nakomen stond steeds minder voor de loutering van zelfbinding en overleg. Het werd bijna iets dat bestreden moest worden. In de machinekamer van de Westerse samenwerking leidde dit al tot enorme problemen. De afspraken over begrotingsdiscipline, over rechtsstaat en democratie, over mensenrechten bleken er de laatste jaren te zijn om gebroken te worden. Voor een samenwerkingsverband dat wortelt in rechtsstatelijkheid betekende dit een existentiële crisis.

Het is van groot belang de stilte die nu lijkt in te vallen – met de facto verdringing van het populisme in Nederland, Frankrijk, Duitsland uit het actuele democratisch beslisveld – niet te verwarren met rust. Het komt er nu op aan de stilte te lezen als een opmaat naar de noodzaak van revitalisering van onze instituties. En het vormgeven van nieuwe hoop waar kosmopolisme en individualisme elkaar niet uitsluiten, maar juist – in het onbekende, in het spannende, in de ontdekking - elkaar versterken Vanuit het besef dat nieuwe morele argumenten pas langzaam maatschappelijk indalen.

Een korte samenvatting van het kosmopolitische idee: ‘het universele, met erkenning van het verschil’. In vogelvlucht: we kennen het radicale gelijkheidsdenken (Simone de Beauvoir, Martin Luther King) waarin het onterechte onderscheid tussen mannen en vrouwen en zwarten en blanken wordt verworpen; dan ontwikkelt zich zoiets als het differentie- of verschildenken (Luce Irigaray, Malcolm X) waarin juist het vrouwelijke, zwarte of homoseksuele verschil als superieur wordt gezien, waarna het deconstructiedenken aan zijn opmars begint (Jacques Derrida, Michel Foucault): alle binaire opposities zoals man-vrouw, homo-hetero, worden gedementeerd en gepresenteerd als sociaal-historische constructies die geen onderliggende essentie kennen.
De universalist erkent de verschillen en vindt ze ook van belang, maar de uiteindelijke overeenkomsten zijn doorslaggevender dan de verschillen.

In de filosofische ethiek bestaat er een bijna algemene opvatting dat zoiets als ‘moed’ (of: eer) vooral tot het verleden behoort. Eer, stand, moed horen zo in een traditionele, op hiërarchische verschillen gebouwde samenleving bij elkaar. Dat veranderde in een moderne samenleving waarin menselijke gelijkwaardigheid en gelijkheid voor de wet centraal staat. In het klassieke werk Bronnen van het zelf heeft de Canadese filosoof Charles Taylor uitvoerig betoogd dat de deugdenethiek uit het verleden in de moderne tijd plaats maakt voor een verinnerlijking van de moraal en een nadruk op persoonlijke authenticiteit.

Als het kosmopolisme ruimte biedt voor eenieder – maar zeker voor degenen die achterblijven in de globalisatie – om op een eervolle wijze van opvattingen te veranderen dan is er hoop. Alleen afdwingen van het eigen gelijk – als dat al mogelijk zou zijn – geeft alleen maar meer en fellere weerstand. De uitweg die eer en moed bieden, is dat mensen zelf veranderingen aanbrengen, omdat hun morele waarden zijn gaan schuiven, en ze die verantwoordelijkheid, uiteindelijk, ook zelf willen dragen.

Het universeel kosmopolitische uitgangspunt is dat we niet opgesloten zitten in onze cultuur en dat we ons niet hoeven neerleggen bij een defaitistisch waarden- of cultuurrelativisme, waardoor ‘het gesprek van de mensheid’ bij voorbaat gedoemd is te mislukken. Want het gesprek, hoe verschillend de waarden ook zijn die we juist niét delen, blijft cruciaal.

 

L.L. Stegman








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.