Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




DE RELATIE TUSSEN ZORGVERLENER EN ZORGONTVANGER: Inleiding

De afgelopen decennia is de relatie tussen zorgverlener en zorgontvanger op allerlei manieren veranderd. Veranderende zorgsystemen met hun regelgeving en protocollering dringen door tot in de spreekkamer en tot aan het (ziekenhuis)bed. De verregaande technologisering in de zorg verandert niet alleen diagnostiek en behandeling van ziekten, maar ook de relatie en communicatie tussen zorgverleners en pati├źnten.

Ook processen van democratisering werken door tot in de spreekkamer. Waar de arts vroeger de alwetende autoriteit was die besloot over de behandeling van de onwetende en passieve patiënt, is de patiënt steeds meer gesprekspartner geworden. Patiënten zijn mondiger geworden en hebben steeds meer informatie tot hun beschikking, artsen zijn verplicht hen te informeren over diagnoses, prognoses en behandelmogelijkheden. Cliëntenraden, patiëntenverenigingen, shared decision making: het bevorderen van de autonomie van de zorgontvanger komt steeds meer centraal te staan. Marktwerking en ‘patiëntgerichtheid’ zorgen voor zowel een toenemende eis van transparantie en verantwoording, als meer aandacht voor de ‘beleving van de patiënt’. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de relatie tussen zorgverleners en zorgontvangers en de professionaliteit van zorgverleners? Hoe verhouden zij zich tot de uitgangspunten van de zorgethiek dat zorg altijd moreel en relationeel van aard is, en iedere zorgrelatie asymmetrie en af hankelijkheid met zich meebrengt? Welke waarden komen meer centraal te staan of komen juist in de knel in de zorgpraktijk als ‘waardenwerk’? Drie auteurs gaan binnen dit themadeel in op deze thematiek.

In een interview gaat Kiki Lombarts, hoogleraar ‘professional performance’ aan de Universiteit van Amsterdam, in op drie pijlers van de ‘professional performance’ van artsen. Ze bespreekt wat professionaliteit en professionele ontwikkeling van artsen betekenen in onze huidige tijd, waarin het vertrouwen van patiënten in artsen onder druk staat. Volgens Lombarts vraagt goede zorg om meer dan alleen kennis en vaardigheden: het vraagt om ‘handelen vanuit medemenselijkheid’. Een arts kan alleen maar arts zijn in de relatie tot [en dus samen met] de patiënt voor wie hij mag zorgen. Hiervoor zijn empathie en compassie nodig: kwaliteiten die niet te reduceren zijn tot meetbare competenties, maar wel degelijk ontwikkeld kunnen worden in de opleiding tot arts. Tot slot gaat Lombarts in op de integratie van het professionele en het persoonlijke in het arts-zijn, en het belang van aandacht voor het welzijn van zorgverleners zelf, iets dat voor veel zorgverleners niet vanzelfsprekend is.

Deze integratie en het welzijn van zorgverleners komen uitgebreid aan bod in zowel het proefschrift van Beate Giebner als haar artikel in dit themadeel. Artsen en verpleegkundigen zien zichzelf als professionals op de eerste plaats als mensen die zorgen voor anderen, en niet als personen die iets ‘(terug) krijgen’ van de patiënt. In 2015 promoveerde Beate Giebner, Humanistisch Geestelijk Verzorger in het Academisch Medisch Centrum Amsterdam, op het proefschrift ‘Gedeelde ruimte – De ontvankelijkheid van zorgverleners in patiëntencontacten’ (2015). Hierin beschrijft zij op basis van diepte-interviews hoe en waarvoor zorgverleners ontvankelijk zijn in contacten met patiënten, en welke kennis, inspiratie en inzichten zij hierin ontvangen. In haar artikel in dit themadeel laat Giebner zien dat zorgverleners waarde-ervaringen ‘ontvangen’ in patiëntencontacten, die voor hen als persoon van belang zijn. Zij plaatst deze opvatting naast de traditionele professionele waarde-opvattingen, gericht op de scheiding tussen het persoonlijke en het professionele, wat zou moeten waarborgen dat elke patiënt gelijk en rechtvaardig behandeld wordt. Giebner bepleit dat persoonlijke waarden, als zij bewust gehanteerd worden, juist kunnen bijdragen aan betrokken, (zelf )verantwoordelijk en intrinsiek gemotiveerd handelen.

Het derde artikel in dit themadeel belicht een aspect dat binnen de zorgethiek als kern van goede zorg wordt gezien: aandacht. Klaartje Klaver, antropologe en pedagoge, promoveerde onlangs met het proefschrift Dynamics of attentiveness in care practices at a Dutch oncology ward. Hierin wordt aandacht in beeld gebracht als een dynamisch verschijnsel dat niet samenvalt met de houding of psyche van zorgverleners, maar door een bredere context wordt bepaald. Klaver stelt dat aandacht, als ‘een leren kennen voorbij het vanzelfsprekende’, onmisbaar is voor goede zorg. Deze aandacht toont de zorgverlener niet alleen waar de zorg zich op moet richten, maar is als erkenning ook zorg in zichzelf. In haar artikel in dit themadeel gaat Klaver dieper in op het spanningsveld tussen enerzijds aandacht als gerichtheid en ‘willen begrijpen’, en anderzijds de onmogelijkheid van het begrijpen van de ervaring van de ander. Aandacht kan ook ‘onbepaald’ zijn, zonder een gerichtheid die gestuurd wordt door vooraf gedefinieerde opvattingen over wat moet worden begrepen. Als zorgverleners en onderzoekers recht willen doen aan de ervaring van (zieke) mensen en hun unieke beleving, moeten zij ruimte laten voor onbegrijpelijkheid en onbeheersbaarheid en daarmee hun aandacht ‘open’ houden voor dat wat zich aandient.

 

Iris Hartog, Eric van der Vet en Carmen Schuhmann

Lees verder op p. 109 van nummer 66-67 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier

 








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.