Waardenwerk
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




| Meer
Rehabilitatie congres
[ advertenties ]




Dit voorjaarsnummer luidt de vijfde jaargang in van dit tijdschrift. Ons eerste lustrum is een teken dat Waardenwerk wortel heeft geschoten, en dat is maar goed ook. Het bereik van onze lezerskring is misschien niet zo groot. Maar in het licht van de zorgwekkende politieke en maatschappelijke ontwikkelingen op vele plekken in de wereld, inclusief ons eigen land, zijn het kritische onderzoek, de filosofische verdieping en de praktische richtingwijzers rond waardenwerk die wij in dit tijdschrift bij elkaar brengen zeer aan de tijd.
1e scène, 6 november 2014, tijdens de TV-uitzending van de dagelijkse latenight show PAUW Aan tafel zitten Tweede Kamerlid Renske Leyten, journaliste Wouke van Scherrenburg, voorzitter van omroepMAX Jan Slagter en discussieleider Jeroen Pauw. De drie gasten zijn uitgenodigd naar aanleiding van de commotie in de media over de TV-uitzending van de avond daarvoor waarin een gesprek tussen een verontruste echtgenoot van een bewoonster van een Haags verpleeghuis en staatssecretaris Van Rijn hoog opliep.
In het themadeel ´Kunst en Zorg(ethiek) zijn twee bijdragen opgenomen gebaseerd op lezingen gehouden door Frans Vosman en Merel Visse op het Heelmeesters symposium ´Ethiek en Esthetiek´ in november 2016. Een derde bijdrage is van de hand van de Duitse kunstenaar, linguist en dementie onderzoeker Oliver Schultz.
Samenvatting in twee thesen: 1. Als kunst bruikbaar wordt gemaakt om de zielenroerselen van zieke en gekwetste mensen ‘naar buiten’ te krijgen of omdat hun gemoedsbewegingen positief beïnvloed moeten worden, bijvoorbeeld, omdat kunst troost of ‘zin’ moet geven, dan is kunst het volgende domein dat bruikbaar wordt gemaakt.
‘Fritzen wil naar het carnaval’. Margot moet mee’ – zo staat op een tekening die een dame met dementie gemaakt heeft. Ze bezocht een begeleide groep voor mensen met dementie in Wiesbaden. Als beeldend kunstenaar heb ik een aantal maanden met haar en de andere gasten van deze groep kunstzinnig gewerkt.
De tentoonstelling Heelmeesters is – ik citeer – ‘een platform voor zowel kunstenaars als de Heelmeesters. In een tijd waarin zowel kunst als gezondheidszorg onder druk staan is dit project positief en inspirerend. De interpretaties van de kunstenaars kunnen aanzetten tot andere inzichten op dilemma’s binnen de heelkunde’.
ZonMw stimuleert onderzoek op het gebied van gezondheid en zorginnovatie. ZonMw financiert onderzoek en stimuleert het gebruik van ontwikkelde kennis. Met het signalement ‘Zingeving in Zorg – de mens centraal’ wil ZonMw ‘het debat over zingevingsvraagstukken een extra impuls geven en kennisontwikkeling stimuleren’ (website ZonMw).
‘Zingeving’ duikt steeds vaker op als thema, en wel in zeer uiteenlopende media. Zo schrijft managementgoeroe Ben Tiggelaar (2013) in een column over drie categorieën werkers: mensen die werken gewoon om geld te verdienen, mensen die werken om carrière te maken en hogerop te komen, en een derde groep die werk ziet als een roeping.
Eerder in dit signalement schrijft Machteld Huber (zie essay Huber en Garssen, red.) over zingeving, gezondheid en welbevinden. Zij beschrijft in haar promotie-onderzoek zes dimensies van gezondheid: lichamelijk, psychisch, sociaal/maatschappelijk, kwaliteit van leven, dagelijks functioneren en zingeving. De laatste dimensie beschrijft zij ook wel als spiritueel/existentieel.
Het signalement ‘Zingeving in zorg’ van Zon- Mw is rijk aan inhoud en mooi van vormgeving. Het appel is duidelijk. De analyse zou scherper kunnen. De visie is inspirerend. De vormgeving vraagt om concretisering.
In dit essay ga ik in op enkele vooronderstellingen die Huber en Garssen gebruiken in hun pleidooi voor ‘positieve gezondheid’. Ik beperk mij tot hun essay Relaties tussen zingeving, gezondheid en welbevinden in het ZONMW- signalement Zingeving in zorg (2016).
Dit voorjaar worden er voorafgaand aan de nationale verkiezingen op veel scholen in Nederland weer scholierenverkiezingen georganiseerd. Middels deze verkiezingen, ook wel aangeduid als schaduwverkiezingen, bieden scholen hun leerlingen de mogelijkheid zich voor te bereiden op participatie aan de officiële verkiezingen.
In veel landen in de wereld zijn scholen verplicht een bijdrage te leveren aan de persoonlijke en maatschappelijke vorming van hun leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Scholen en regeringen kunnen middels het onderwijs verschillende typen burgerschapsontwikkeling stimuleren.
Het waren met name de discussies tijdens de avondmaaltijd die mij er voor het eerst van doordrongen hoezeer de hedendaagse jeugd zich betrokken voelt bij de wereld die wij hen nalaten – en hoe weinig we ze bieden om die nalatenschap te verbeteren. Tony Judt, 2010.
‘De conservatieven beginnen met teleurstelling, de progressieven eindigen met teleurstelling, allen lijden aan de tijd, en daarin stemmen ze overeen’, aldus de Duitse socioloog Niklas Luhmann. Ik moest hieraan denken bij de enige tijd geleden in de bioscopen heruitgebrachte film Blade Runner – The Final Cut, zoals regisseur Ridley Scott die in 1982 (!) voor ogen had.
Harry Kunneman (2013a, b) heeft recentelijk het concept amor complexitatis geïntroduceerd. Deze intrigerende woordcombinatie houdt de gemoederen bezig, ook het mijne. De uitdaging om complexiteit te omarmen of om zich er op zijn minst mee te engageren (vgl. Bakker & Montesano Montessori, 2016) verloopt niet zonder slag of stoot. Er wordt als het ware gemorreld aan het zelfstandig naamwoord van het concept: van amor complexitatis naar passio complexitatis (Van der Zande, 2016).
In de Nederlandse langdurige zorg- en welzijnssector zijn inclusie en participatie de laatste twee decennia toonaangevende begrippen. Mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking dienen niet langer verplicht in de maatschappelijke marge te verkeren, maar zouden op basis van gelijkheid en gelijkwaardigheid deel moeten kunnen uitmaken van de hoofdstroom van onze samenleving (Ministerie van WVC, 1993; RMO, 2002; RVZ, 2002; Taskforce Vermaatschappelijking, 2002; Tweede Kamer, 1995).
In deze bijdrage wordt een theoretische verkenning gedaan naar de waarde en betekenis van relationeel zorg geven in de forensische psychiatrie. Relatiegericht zorg geven binnen de context van de forensische psychiatrie kan mogelijk een bijdrage leveren aan het succes van de behandeling.